Iedereen liegt: hoe Google onze grootste geheimen prijsgeeft

Wat kunnen we leren over onszelf in de dingen die we online opzoeken? De Amerikaanse wetenschapper Seth Stephens Davidowitz analyseerde Google zoekopdrachten waarbij een verontrustende waarheid over verlangens, meningen en vooroordelen naar voren komt.

Bron: Seth Stephens-Davidowitz,
Everybody Lies: What the Internet can tell us about who we really are Vertaald door: Suzanne Rietveld

Iedereen liegt. Mensen liegen over hoeveel drankjes ze op hebben als ze naar huis rijden. Ze liegen over hoe vaak ze naar de sportschool gaan, hoeveel die nieuwe schoenen kosten en of ze dat boek hebben gelezen. Ze melden zich ziek als ze dat niet zijn. Ze zeggen dat ze van zich laten horen, maar dat doen ze niet. Ze zeggen dat het niet aan jou ligt, als dat wel zo is. Ze zeggen dat ze van je houden, ook als ze dat niet doen. Ze zeggen dat ze gelukkig zijn, maar ze zitten in de put. Ze zeggen dat ze vrouwen leuk vinden, terwijl ze eigenlijk op mannen vallen. Mensen liegen tegen hun vrienden. Ze liegen tegen hun bazen. Ze liegen tegen hun kinderen. Ze liegen tegen hun ouders. Ze liegen tegen artsen. Ze liegen tegen hun echtgenoten en vrouwen. Ze liegen tegen zichzelf. En ze liegen helemaal als ze een enquête invullen.

Veel mensen melden gênante gedachten en gedrag niet in een enquête. Ze tonen zich van hun beste kant, zelfs als de enquêtes anoniem zijn. Dit wordt ook wel vooringenomen sociale wenselijkheid genoemd. Een vooraanstaande krant toonde in de jaren 50 al aan dat enquêtes onderhevig zijn aan dit soort vooringenomenheid. Onderzoekers verzamelden allerlei gegevens: hoeveel van de ondervraagden gingen stemmen, gaven geld aan het goede doel en waren er lid van de bibliotheek? Een daaropvolgend onderzoek onder de bevolking toonde echter schokkende resultaten voor die tijd. Wat de bewoners in de enquête hadden ingevuld was heel anders dan de gegevens die door de wetenschappers waren verzameld. Hoewel niemand zijn naam had opgegeven, overdreven mensen in groten getale of ze gestemd hadden, een bibliotheekpas hadden of dat ze aan het goede doel hadden geschonken.

Is dit in de laatste 65 jaar veranderd? In het internettijdperk is het niet hebben van een bibliotheekpas geen schande meer. Wat gênant of begeerlijk is, is wel veranderd. De neiging om te liegen in een enquête is er nog steeds.

Mensen geven een eerlijker antwoord als ze alleen zijn dan als er iemand mee kan luisteren. Hoe onpersoonlijker de situatie, hoe eerlijker men is. Om een goed resultaat te krijgen, is een enquête via het internet beter dan via de telefoon, dat weer beter is dan een persoonlijke enquête. Gaat het over gevoelige onderwerpen, dan zal iedere methode leiden tot een aanzienlijke afwijking. Niemand heeft er namelijk belang bij om in een enquête de waarheid te vertellen.

Hoe kan er dan onderzocht worden hoe onze medemensen echt denken en doen? Het antwoord is: Big Data. Online zijn er bronnen waarop mensen dingen toegeven die ze anders nooit hadden bekend; een soort van digitaal waarheidsserum. Denk aan Google zoekopdrachten. In welke situatie gaven mensen ook alweer een eerlijk antwoord? Online? Check. Alleen? Check. Niemand in de buurt? Check.

De kracht van Google-data is dat mensen deze reuze zoekmachine alles vertellen wat ze verder met niemand delen. Google is in het leven geroepen om van alles over de wereld te kunnen leren en niet om onderzoekers alles over de mensen te weten te laten komen. Nu blijkt toch dat we een spoor achterlaten als we op zoek zijn naar informatie en het legt heel veel geheimen bloot.

De Waarheid over Seks

In onze seksbezeten cultuur is het lastig om toe te geven dat je het niet zo veel doet. Maar als je gaat zoeken naar informatie of advies kan het nuttig zijn om deze vraag aan Google prijs te geven. Volgens Google wordt er 16 keer meer geklaagd over een echtgenoot die geen seks wil dan over een echtgenoot die niet wil praten. En zijn er vijf en een half keer zoveel klachten over een ongehuwde partner die geen seks wil dan een ongehuwde partner die niet op een WhatsApp-bericht reageert.

Uit de gegevens blijkt ook waarom mensen zo vaak van seks afzien: ze maken zich soms onterecht veel zorgen. Neem de zorgen waar mannen mee zitten als voorbeeld. Welke man twijfelt niet of hij wel groot genoeg geschapen is? Maar de mate van deze ongerustheid is ietwat overdreven. Mannen googelen meer vragen over hun geslachtsorgaan dan elk ander lichaamsdeel: meer dan over hun longen, lever, voeten, oren, neus, keel en hersenen. Mannen zoeken vaker hoe ze hun penis groter kunnen maken dan hoe ze een gitaar stemmen, een omelet bakken of een band verwisselen. Mannen maken zich meer zorgen dat hun piemel kleiner wordt van steroïden dan dat deze slecht voor hun gezondheid zou zijn. De vraag die het meest voorkomt over veranderingen van hun lichaam als ze ouder worden is of hun penis kleiner wordt.

Is de maat van de penis belangrijk voor vrouwen? Volgens de statistieken van Google niet echt. Voor elke zoekopdracht die een vrouw doet naar het geslachtsorgaan van de man, zoeken mannen 170 keer naar dat van hunzelf. En de keren dat vrouwen informatie zoeken over een penis en het over de maat gaat, gaat het er niet per se over dat hij te klein zou zijn. Meer dan 40% van de klachten over de grootte van een penis van een partner is dat hij te groot is. Volgens Google is in de zin “___ bij seks” het meest gezochte woord: “pijn”. En slechts 1% van de mannen die informatie zoeken over het veranderen van de grootte van de penis zijn op zoek om hem kleiner te maken.

Kunnen we de waarheid wel aan?

Er zit natuurlijk wel een duistere kant aan deze gegevens. Als mensen elkaar steeds vertellen wat de ander wil horen, dan zouden we alleen dingen horen die mooier zijn dan de waarheid. Digitaal waarheidsserum laat ons over het algemeen zien dat de wereld slechter is dan we denken.

Maar er zijn manieren waarop deze kennis ons leven kan verbeteren. Het is geruststellend om te weten dat je niet de enige bent die leeft met onzekerheden en gênant gedrag. Door een antwoord op het internet te vinden, weet je dat je niet de enige bent. Toen je jong was zei je leraar dat je je hand moest opsteken als je een vraag had, want als jij het niet begrijpt, zullen anderen het ook niet helemaal snappen. Zoals velen heb je de leraar toen genegeerd, bleef je stilletjes zitten en was je bang om je mond open te doen. Je dacht dat jouw vragen te dom waren om hardop te stellen, terwijl de vragen van anderen wel logisch waren. De statistieken van Google vertellen ons dat onze leraren gelijk hadden. Ook anderen hebben voor de hand liggende en oppervlakkige vragen waar ze mee lopen.